Een hond in het gezin

Misschien ken je het zelf: je bent opgegroeid met je beste vriend, een hond. Altijd een luisterend oor, altijd een vriendje om mee te spelen.

Of had je een andere ervaring? Misschien ben je vroeger wel geschrokken of zelfs gebeten door die enge buurhond. Één ding is zeker: je wil je kind ook een goede ervaring met honden meegeven.

Als je de omgang tussen je kind en je hond goed begeleid, kan je bijdragen aan waardevolle herinneringen aan hun jeugd. Elk kind moet leren hoe om te gaan met honden, zélfs als ze thuis opgroeien met honden! We kennen allemaal wel de lieve foto’s van een peuter die bij de hond in de mand ligt te slapen. Maar is dat nou wel zo verstandig? Wat kan je toestaan bij de omgang van je kind met een hond? En waar moet je als ouder op letten?

 

Leer je kind:

  • om honden niet te omhelzen. Voor mensen is dat een vorm van affectie tonen, maar voor honden lijkt het eerder op een aanval. Je komt ineens in hun persoonlijke zone. Sommige honden kunnen daarop reageren door te zeggen: “dit wil ik niet”… en dat doen ze met hun tanden.
  • om eerst te vragen of ze de hond mogen aaien. Dat vragen gaat het liefst in drieën: eerst vraagt het kind of de ouder/begeleider het goed vindt. Daarna vraagt het kind aan de baas van de hond of hij mag aaien. Ten slotte vraag je het ook nog aan de hond. Dit doe je door je hand uit te steken naar de kop van de hond. Begint deze te snuffelen? Dan kan je rustig aaien. Draait de hond zijn kop weg? Aai dan maar niet, de hond zegt beleefd “nee”. Aaien doe je het liefst aan de zijkant of onderkant van de kop: dat is minder bedreigend voor de hond dan over de bovenkant van zijn kop aaien.
  • dat je niet moet rennen bij honden. Naar honden toerennen is erg onbeleefd in de ogen van honden. Bovendien heb je kans dat de hond mee gaat rennen en spelen. Ook van honden wegrennen lokt meerennen uit. De meeste kinderen vinden het best eng om achterna gezeten te worden door honden. Rustig lopen is dus de tip!
  • om honden niet in de ogen aan te staren. Veel kinderen hebben de neiging om de hond goed in de gaten te houden. Honden doen dat onderling ook om elkaar te imponeren. Door honden strak aan te kijken kan je dus een aanval uitlokken. Kijk liever langs de hond of naar zijn staart.
  • niet in de hondenmand te gaan liggen. Het ziet er heel lief uit, een peuter in een hondenmand, maar die mand is vaak het enige plekje waar de hond even tot rust kan komen. Gun de hond zijn rustige plekje en laat hem met rust als hij slaapt. Zorg er ook voor dat er voor je kind een hoekje is waar de hond niet bij kan komen.
  • dat hij de hond met rust laat als hij eet. Bij honden geldt “eens gegeven blijft gegeven”. Ze weten dus niet beter dan dat ze hun eten mogen bewaken. Dat geldt natuurlijk ook andersom: laat kinderen hun eten niet delen met de hond om te voorkomen dat er per ongeluk een handje of vingertje gebeten wordt.
  • dat je best mag spelen met de hond, maar niet stoeien of trekspelletjes. Honden spelen onderling ook om hun onderlinge verhoudingen vast te stellen. Je kan je voorstellen dat het dus niet handig is als je hond (30 kg spieren) steeds wint van je kind (20 kg in ontwikkeling). Zoekspelletjes zijn uitermate geschikt om samen te spelen!
  • Dat ze hulp moeten vragen aan hun ouders als de hond iets doet wat ze niet willen. Laat het ze niet zelf oplossen, want de hond ziet een kind nog niet automatisch als baasje.

Maar als ouder moet je ook alert blijven:

  • Laat kind en hond nooit alleen. Jij moet ingrijpen als de een de ander lastigvalt. Let ook op je kind als deze buiten op een onbekende hond af wil lopen.
  • Dit betekent dus ook dat je kinderen (tot ongeveer 12 jaar) de hond niet laat uitlaten. Het lijkt ideaal, maar enerzijds zien honden kinderen niet automatisch als iemand waar ze naar moeten luisteren, en anderzijds zijn kinderen niet in staat om een lastige situatie met de hond (bijvoorbeeld een gevecht of de hond die wegloopt) op te lossen.
  • Pas op met straffen van je kind waar de hond bij is. Ook oppassen met stoeipartijtjes tussen je kinderen. Honden hebben nog wel eens de neiging om hun baasje te ‘helpen’ en het stoeipartijtje op te gaan lossen voor je.
  • Als de hond toch begint te grommen naar het kind, straf dit dan niet af maar haal de oorzaak weg. Grommen is een vorm van waarschuwen: “pas op, ik wil dit niet”. Als je deze waarschuwing afstraft, dan kan het zijn dat de hond denkt: “waarschuwen mag niet, maar deze situatie vind ik nog steeds niet leuk dus ga ik maar bijten”. Je leert je kind toch ook “STOP HOU OP” te zeggen in plaats van gelijk te gaan slaan?

Als je deze tips in je achterhoofd houdt, staat je weinig meer in de weg voor een veilige omgang tussen je kind en je hond. Een goede basis voor leuke jeugdherinneringen!

Voor meer informatie is de CD-rom “de blauwe hond” ontwikkeld door het LICG, om kinderen spelenderwijs te leren hoe je met honden om kan gaan.

Je kunt ook mijn tips en antwoorden op vragen lezen op het forum van BabyenKind, waar ik deskundige ben.

Marij Stolp 50

Marij Stolp

kynologisch gedragstherapeut

Telefoon: 06-50465821

Stolp gedragsadvies

Kolonel Michaëlstraat 17
1411VL Naarden

Webdesign by Miracle Solutions